Eigenlijk heb ik nooit van tuinieren gehouden. Ik houd er niet van om met mijn handen in aarde te wroeten, dat vind ik best vies. Zeker in de kleigrond die we hier in de Flevopolder hebben.
En ik vind tuinieren een beetje hetzelfde als huishouden: het is nooit klaar.
Ik weet dat er mensen zijn die dat allemaal juist heerlijk vinden, maar ik hoor daar niet bij.
Toen mijn man en ik het vakantiehuisje kochten, met een flinke tuin er omheen, was het de bedoeling dat hij die tuin zou gaan bijhouden. Hij houdt namelijk wel van tuinieren.
Maar ja, dat liep allemaal anders.
Het vakantiehuisje werd mijn woonhuis en mijn man verdween uit beeld. Dus nu ben ik zelf verantwoordelijk voor het bijhouden van de tuin. (en van het huisje zelf ook natuurlijk, dus ik heb al aardig wat keren op een ladder gestaan)
En ik moet zeggen: dat is een hele klus.
Voordat ik op Konings/Koninginnedag richting Zweden vertrok, had ik de tuin redelijk onder controle.
Omdat het eigenlijk nog niet zo mooi weer geweest was, was alles nog in lentestand.
En het bleef koud en nat in Nederland, dus waarschijnlijk groeide alles niet zo hard.
Totdat er vlak voordat ik terugkwam een hittegolf over het land trok.
En dat resulteerde volgens mijn buren hier in een explosie uit de grond.
Dus dit trof ik aan toen ik terugkwam:
Guldenroede van een halve meter hoog door de hele tuin, echt overal.
Brandnetels van meer dan een meter hoog.
Distels, vrouwenmantel, vlier en winde. Allemaal hadden ze ontzettend hun best gedaan om de baas in mijn tuin te worden.
Kortom: werk aan de winkel.
Ik begon met het uittrekken van de grootste planten en de guldenroede op de plekken waar ik die echt niet wil hebben. Daar was ik aardig lang zoet mee.
Hele bergen heb ik uitgetrokken en weggebracht naar de compostkuil verderop op het park.
Totdat het terras aan de zijkant er zo uitzag:
En om eerlijk te zijn: daar is ook de anti-onkruid-spuit aan te pas gekomen.
Ik moet zeggen dat het er nu nog steeds redelijk onkruidvrij uitziet.
Ook mijn vriend de bamboe doet nog steeds zijn best om er hier een bamboewoud van te maken.
Dus daar moest even de heggenschaar overheen, anders kon ik niet meer bij mijn deur komen.
Voor het verwijderen van het onkruid aan de achterkant mocht ik gelukkig de trimmer van vrienden lenen. Dat ging een stuk sneller dan uittrekken.
Al met al ziet het er nu weer redelijk uit.
Gelukkig is in Zweden het grootste deel van mijn tuin gewoon gras. Dus dat is een kwestie van 1 keer per week een half uurtje op de tractor en klaar is Klara.
Het kleine stukje waarin planten staan, is zelfs voor mij goed bij te houden.
Anders had ik dat huis ook nooit gekocht natuurlijk. ;-)